Christophe Vangeel
Onderwijsadvocaat
Christophe Vangeel
Onderwijsadvocaat

Lagere school


De school weigert om mijn kind in te schrijven:

Een leerling van een lagere school kan geweigerd worden wanneer hij niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarden.

Zo moet de leerling 6 jaar worden voor 1 januari van het lopende schooljaar, het voorgaande jaar ingeschreven zijn in een kleuterschool en niet geweigerd worden door de klassenraad.

Daarnaast kan ook in enkele specifieke gevallen de inschrijving geweigerd worden:

De weigering wordt officieel gemaakt met een document binnen de 4 dagen volgend op de weigering.

Tegen deze beslissing kan u in beroep gaan.


Mijn kind is geschorst van school.

Het schorsen van een leerling wordt gezien als het opleggen van een ordemaatregel.

Een ordemaatregel wordt gegeven wanneer men de orde wenst te bewaren en de rust wil laten terugkeren in de school.

Een ordemaatregel weegt niet zo zwaar door als een tuchtmaatregel.

Bijvoorbeeld: Pieter heeft al enkele dagen op rij een moeilijke dag op school. Hij wilt niet meewerken, ruimt zijn bank niet op, roept naar andere kinderen en stoort hen. In dat geval kan de directeur of zijn afgevaardigde beslissen om Pieter een dag apart te zetten in de refter, waar hij aan zijn taken kan werken. Dat wil zeggen dat Pieter preventief geschorst wordt, om de orde en rust terug te laten keren in de klas. Tijdens het verloop van deze ordemaatregel kan de directeur ook beslissen of het al dan niet nodig is om toch een tuchtmaatregel op te leggen.

Tijdens deze schorsing heeft de school ook een aantal verplichtingen.


Mijn kind is tijdelijk uitgesloten van de school.

Leerlingen van het basisonderwijs kunnen een tuchtsanctie opgelegd krijgen in de vorm van een tijdelijke uitsluiting. Met andere woorden: het recht om naar school te mogen gaan wordt, voor die bepaalde school, tijdelijk stopgezet.

Tuchtmaatregelen zijn maatregelen met een bestraffend karakter. Ze worden genomen wanneer men meent dat het onderwijs- of vormingsgebeuren in gevaar komt.

Bijvoorbeeld: Bart weigert om toetsen te maken, schopt andere leerlingen en scheldt de juf uit. In dat geval kan de directeur of zijn afgevaardigde hem tijdelijk uitsluiten opleggen zodat de andere kinderen en de juf, op een normale manier, verder kunnen gaan. Bart zou dan voor een tijdje niet meer naar school mogen komen.

Beroep tegen een tijdelijke uitsluiting is soms mogelijk en hangt af van school tot school.


Mijn kind is definitief uitgesloten.

Leerlingen van het basisonderwijs kunnen een tuchtsanctie opgelegd krijgen in de vorm van een definitieve uitsluiting. Met andere woorden: het recht om naar school te mogen gaan wordt, voor die bepaalde school, definitief stopgezet.

Men dient in dergelijke gevallen als school verschillende regels te respecteren.

Uiteraard kan je tegen een definitieve uitsluiting in beroep gaan.

Dit beroep moet ingesteld worden bij de interne beroepscommissie door de ouders. Dit wil niet zeggen dat de leerling automatisch terug naar school mag.

Wanneer u het ook met de beslissing van de interne beroepscommissie niet eens bent, kan u afhankelijk van het net waarin uw kind les volgt, beroep instellen bij de Raad van State of bij de kortgeding rechter.

De ouders en de leerling hebben inzage in het tuchtdossier van de leerling (met inbegrip van het advies van de klassenraad).

De gegevens m.b.t. tucht vallen ook onder de algemene bepalingen rond recht op inzage, toelichting en kopies van leerlinggegevens. (Zie omzendbrief BaO/2002/1, Informatie bij eerste inschrijving en schoolreglement).

Gegevens die betrekking hebben op schending van leefregels door de leerling zijn niet overdraagbaar tussen scholen. De leerling moet in de nieuwe school immers de kans krijgen om met een schone lei te starten (zie omzendbrief BaO/2014/05, Overdracht van leerlinggegevens).


Mijn kind mag niet naar het eerste middelbaar.

De klassenraad van de lagere school beslist of je kind het getuigschrift basisonderwijs behaalt.

Dit zijn de voorwaarden:

De meeste kinderen behalen het getuigschrift na 6 jaar, op het einde van de lagere school. Maar de klassenraad kan het getuigschrift ook toekennen aan leerlingen die nog geen 6 jaar lager onderwijs gevolgd hebben. Je kind kan er ook langer over doen, maar niet langer dan 8 jaar.

Getuigschrift niet behaald?

Wie op het einde van het lager onderwijs geen getuigschrift basisonderwijs haalt, heeft recht op een attest met de vermelding van het aantal en het soort gevolgde jaren lager onderwijs. Ook moet de school toelichting geven en aandachtspunten voor de verdere schoolloopbaan.

Je kan beroep aantekenen tegen de beslissing van de klassenraad om je kind geen getuigschrift basisonderwijs toe te kennen. De beroepsprocedure is verplicht opgenomen in het schoolreglement.

Als je kind het getuigschrift basisonderwijs niet behaalt in het lager onderwijs, dan is het nog mogelijk in het secundair onderwijs. Dat gebeurt als je kind slaagt in het 1ste leerjaar.

Het kan ook via de Examencommissie basisonderwijs.


Ik wil mijn kind thuisonderwijs laten volgen. Hoe doe ik dat?

Wie les wil volgen in thuisonderwijs moet hiermee beginnen wanneer het schooljaar officieel start.

In de loop van het schooljaar kan men niet meer overschakelen naar het thuisonderwijs, behalve in drie bepaalde gevallen.

In België is er voor kinderen van 6 tot 18 jaar leerplicht. Dat is geen schoolplicht. De meeste leerplichtige kinderen volgen les in een erkende school, maar huisonderwijs - soms ook thuisonderwijs of onderwijs thuis genoemd - is ook mogelijk.

Huisonderwijs kan je op verschillende manieren organiseren: Om in orde te zijn met de leerplicht, moet je een verklaring van huisonderwijs indienen. En om een diploma of getuigschrift te behalen, moet je kind examens afleggen bij de Examencommissie.

Verwar huisonderwijs niet met onderwijs aan huis voor langdurig zieke kinderen.


Is het M-decreet van toepassing voor mij?

Vlaanderen is momenteel koploper in het aantal leerlingen dat school loopt in het buitengewoon onderwijs, daarom heeft het parlement het M-decreet gestemd.

Dit decreet bepaalt dat maatregelen voor leerlingen, met specifieke onderwijsbehoeften aangeboden moeten worden.

Het principe is dat elke leerling start in het gewoon onderwijs, waar je, indien nodig, redelijke aanpassingen vragen om toch regulier onderwijs te kunnen blijven volgen. De redelijke aanpassingen worden vooraf besproken met zowel de ouders als het CLB.

De desbetreffende aanpassingen kunnen enerzijds bestaan uit langere toetstijden, mondelinge feedback i.p.v. cijfers of een rustmoment in de dag, en anderzijds uit technische hulpmiddelen zoals een aangepaste stoel of een laptop met leessoftware. In het algemeen spreekt men over de sticordi-aanpassingen. Sticordi staat als letterwoord voor stimuleren, compenseren, remediëren, differentiëren en dispenseren. Als de gemaakte aanpassingen niet voldoende zijn, kan het kind naar het buitengewoon onderwijs.

Voorbeeld: Sofie heeft wat leerproblemen. Zo heeft ze het bijvoorbeeld bijzonder moeilijk met talen. Haar cijfers zijn dan ook onvoldoende. Daarom geeft de juf haar, voorafgaand aan een toets, een toetswijzer mee als hulpmiddel. Op die manier kan Sofie zich beter voorbereiden voor een toets en, ondanks haar leerproblemen, toch gewoon deelnemen aan het gewoon onderwijs.

Een kind kan slechts ingeschreven worden in het buitengewoon onderwijs door middel van een verslag van het CLB waarin zij vaststelt dat ondanks de school in het gewoon onderwijs alle mogelijke maatregelen heeft genomen het kind toch naar het buitengewoon onderwijs moet.

Het decreet van 21 maart 2014 betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften (hierna verkort: M-decreet) stelt dat elk kind het recht heeft om zich in te schrijven in een gewone school (ook als men over een verslag beschikt dat toegang geeft tot het buitengewoon onderwijs). Dat is een logisch gevolg van het recht op redelijke aanpassingen.

Ook een leerling die een individueel aangepast curriculum (IAC) volgt (en dus niet het gewone traject), heeft het recht om zich in te schrijven in een gewone school.

De gewone school moet voortaan aantonen dat ze samen met de ouders en het centrum voor leerlingenbegeleiding, CLB, redelijke aanpassingen zoekt. Kinderen met specifieke onderwijsbehoeften hebben daar recht op. De school kan ook onderdelen van het leerprogramma vervangen door iets gelijkwaardigs. Of remediëren, m.a.w. : extra individuele leerhulp bieden.

De inschrijving van de leerling kan pas ontbonden worden na een gesprek tussen school, CLB en ouders over de (on)redelijkheid van aanpassingen. De school moet dergelijke beslissing motiveren.

Het decreet verwijst naar gepaste en redelijke aanpassingen, waaronder het inzetten van remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen naargelang de noden van de leerling :

Het is belangrijk om prioritair en voldoende in te zetten op remediëren en differentiëren en voorzichtig te zijn met te snel te grijpen naar compenseren en dispenseren.

Compenseren en dispenseren kunnen als maatregel op maat van het individu verantwoord worden, indien deze uiteindelijk gericht zijn op het versterken van het leerproces en wanneer ze de inzet en doelmatigheid van remediëren en differentiëren niet ondermijnen.

Enkel wanneer remediëring en differentiatie niet volstaan of niet relevant zijn, wordt in eerste instantie nagegaan of het voor de leerling mogelijk is een alternatieve route naar een gewone certificering te volgen met toepassing van compenserende maatregelen.

Deze leerlingen mogen de compenserende maatregelen (hulpmiddelen) ook gebruiken tijdens de evaluatiemomenten.

Wanneer dispenserende maatregelen genomen moeten worden, is het vervangen van doelen van het gemeenschappelijk curriculum door gelijkwaardige doelen eerst aan de orde.

Het vrijstellen van leerplandoelen is een verregaande maatregel waarmee niet lichtzinnig mag worden omgesprongen.

Vlaanderen heeft zich via het M-decreet geëngageerd om een inclusief onderwijssysteem te realiseren.

Het recht van leerlingen met een handicap op redelijke aanpassingen en een nieuwe visie op handicap vormen twee belangrijke uitgangspunten van het M-decreet. Handicap wordt niet als een persoonlijk probleem (= medisch defect-denken) gezien, maar als een afstemmingsprobleem tussen de klas- en schoolcontext en de specifieke onderwijs- en opvoedingsbehoeften van de jongere (= sociaal model).

Men kan dus eenvoudigweg leerlingen niet zomaar zijn redelijke aanpassingen ontzeggen.

Tegen problemen met het verslag van het CLB of de weigering van de school om uw kind in te schrijven alsook de weigering om redelijke aanpassingen te nemen, kan worden opgetreden.

U doet hiervoor best beroep op een raadsman en wacht niet te lang gelet op bepaalde termijnen die lopen.


Ik heb een leerstoornis. Welke gevolgen heeft dit voor mij?

Een leerstoornis wordt gezien als bepaalde problemen bij het leren, zoals bijvoorbeeld: dyslexie, discalculatie, etc.

Ook al kan je voor een leerstoornis een redelijke aanpassing bekomen, zoals voorzien in het M-decreet, toch moet deze onderscheiden worden van gedragsproblemen.

Daarnaast zijn er nog enkele mogelijkheden die u kunnen helpen wanneer een leerstoornis zich voordoet, zoals bijvoorbeeld het nemen van bijles, logopedische lessen, etc.

Anderzijds kan u ook terecht bij het Centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB). Zij staan in contact met pedagogen, dokters, psychiaters en dergelijke om u op de gepaste wijzen te helpen.

Als de school niet adequaat optreedt bij leerstoornissen kan hier tegen opgetreden worden.


Ik heb een gedragsstoornis. Welke gevolgen heeft dit voor mij?

Een gedragsstoornis komt voor in de vorm van ADHD, ADD, ASS, ..

Voor een kind met gedragsproblemen voorziet het M-decreet de toepassing van redelijke aanpassingen waardoor een kind met een gedragsstoornis toch les kan blijven volgen in het gewoon onderwijs.

Pas wanneer een dergelijke gedragsstoornis daadwerkelijk is vastgesteld, kan de school redelijke aanpassingen toestaan.

Wanneer deze redelijke aanpassingen niet voldoende zijn voor de leerling om les te kunnen blijven volgen in het gewoon onderwijs, kan de leerling, via een verslag van het CLB, zich inschrijving in het buitengewoon onderwijs.

Zie ook M-decreet.


Ik word gepest. Wat kan ik hiertegen doen?

Wanneer je gepest wordt, is het noodzakelijk dat je de school en/of het CLB hiervan op de hoogte stelt. Wanneer u als ouder het pesten van uw kind wil aangeven, doe dit dan pas wanneer u dit besproken hebt met uw kind.

Als de school of het CLB geen actie onderneemt, kan u een klacht indienen bij de politie wegens pesterijen. Wanneer het gaat om een volwassen pester kan je een klacht indienen tegen deze persoon wegens belaging.

Naast het CLB kan je ook nog bij een interne leerlingenbegeleiding, die aanwezig moet zijn in elke school, terecht in geval van pesterijen.

De school heeft enerzijds de verantwoordelijkheid om gepeste kinderen op te vangen en te begeleiden en anderzijds om de pestende kinderen te straffen en op het goede spoor te krijgen.

De school kan verschillende maatregelen nemen wanneer een zij kennis neemt van pesterijen.

Eerst en vooral kan de school een herstelgericht groepsoverleg opstarten (HERGO). Dit bestaat erin, op een herstelgerichte manier een gesprek tussen de dader en het slachtoffer tot stand te brengen en te voeren. Hierbij kunnen, indien noodzakelijk, enkele betrokken personen zoals ouders, leerkrachten, vrienden, etc. deelnemen. Daarnaast kan de school ervoor opteren om de leerlingen tijdelijk buiten de school te begeleiden wanneer de situatie dusdanig uit de hand loopt en de school niet onmiddellijk een oplossing heeft. Dit wordt een schoolexterne time out genoemd.

Ten slotte kan de school een orde- of een tuchtmaatregel opleggen. Een ordemaatregel bestaat erin om de pestende leerling voor een bepaalde tijd te schorsen. Hierbij wordt de leerling nog wel opgevangen in de school, maar niet meer in de klas. Dit is geen administratieve sanctie dus men kan tegen een ordemaatregel dan ook niet in beroep gaan. Een tuchtmaatregel bestaat erin om de leerling tijdelijk of definitief van school te sturen. Een school heeft de verantwoordelijkheid om na het pestgedrag, de gepeste leerling verder te begeleiden naar de toekomst toe. Dit doet een school door het hanteren van een opvolgings- en nazorgtraject. Dit bestaat erin om enerzijds na te gaan of de pesterijen daadwerkelijk zijn gestopt en anderzijds zowel de pester als het gepeste kind te begeleiden naar de toekomst toe.

Als u merkt dat de school het pestgedrag negeert kan u klacht neerleggen tegen de school.


Wat is GON-begeleiding?

Een kind met leer- of gedragsproblemen heeft, heeft het recht op begeleiding in het geïntegreerd onderwijs (GON-begeleiding). Dit wil zeggen dat de leerling die in het gewone onderwijs les volgt, door middel van het M-decreet, begeleid wordt door een personeelslid vanuit het buitengewoon onderwijs. De begeleiding kan verschillende vormen aannemen:

De ouders, de leerling, de school voor gewoon onderwijs en het CLB bespreken de specifieke onderwijsbehoeften van de leerling. Met de school voor buitengewoon onderwijs maken ze afspraken over de nodige begeleiding en hoe die zal verlopen. Dat alles leggen ze vast in een verslag.

Advocatenkantoor
Vangeel Christophe
Lange Lozanastraat 24
2018 Antwerpen
Tel: 03 287 37 87
Fax: 03 287 37 96
christophe.vangeel@thales.be
www.onderwijsadvocaat.be
Volg ons op facebook facebook facebook facebook
Design & development by Grasp