College van Beroep

Een personeelslid dat onder het toepassingsgebied van de decreten rechtspositie valt en dat een evaluatie met eindconclusie ‘onvoldoende’ krijgt, kan bij de bevoegde Kamer van het College van Beroep beroep instellen. Op straffe van verval moet dat beroep binnen een termijn van twintig kalenderdagen volgend op de overhandiging van de kopie van het evaluatieverslag met de eindconclusie ‘onvoldoende’ ingediend worden. Deze termijn wordt opgeschort tijdens een vakantieperiode voor de duur van de betrokken vakantie.

Het beroep moet op straffe van nietigheid gemotiveerd zijn. Juridische bijstand is dus cruciaal.
Het beroep schort de evaluatie met eindconclusie ‘onvoldoende’ op.

De bevoegde Kamer van het College van Beroep doet in een met redenen omklede beslissing uitspraak over de evaluatie met eindconclusie ‘onvoldoende’ door enerzijds na te gaan of de evaluatie zorgvuldig en kwaliteitsvol is gebeurd, anderzijds moet zij de redelijkheid van de sanctie beoordelen.

Het College heeft de volgende bevoegdheden:

  • nagaan of de procedureregels op het niveau van de instelling of het centrum zijn nageleefd
  • nagaan of de evaluatie is gebeurd volgens de regels en in de geest van de functiebeschrijvingen en evaluatie
  • oordelen of de beslissing over een evaluatie met eindconclusie ‘onvoldoende’ steunt op motieven die de toekenning van een evaluatie met eindconclusie ‘onvoldoende’ in rechte en in feite aanvaardbaar maken
  • oordelen of er een redelijke verhouding bestaat tussen de feiten en de uiteindelijke beslissing tot het geven van een evaluatie met eindconclusie ‘onvoldoende’.

De Kamer neemt een gemotiveerde beslissing en kan de beslissing over een evaluatie met eindconclusie ‘onvoldoende’ vernietigen.

De beslissingen van de Kamer voor het gemeenschapsonderwijs en van de Kamer voor het gesubsidieerd officieel onderwijs van het College van Beroep kunnen met een schorsingsvordering en/of annulatieberoep bij de Raad van State bestreden worden.

Voor de beslissingen van de Kamer voor het gesubsidieerd vrij onderwijs van het College van Beroep zijn de arbeidsrechtbanken bevoegd.

Wanneer een personeelslid zich niet houdt aan de verplichtingen die zijn opgelegd krachtens het decreet Rechtspositie, kan het schoolbestuur de betrokkene tuchtrechtelijk vervolgen, althans als het personeelslid vastbenoemd is, of gereaffecteerd/wedertewerkgesteld, of tijdelijk is aangesteld voor doorlopende duur.

De verplichtingen van de personeelsleden betreffen o.a. het behartigen van de belangen van de leerlingen en de school; het persoonlijk en nauwgezet uitvoeren van de opgedragen taken; het correcte gedrag in de omgang met leerlingen en publiek; het bewaren van het ambtsgeheim, en het naleven van de verplichtingen die voortvloeien uit de specificiteit van het opvoedingsproject. Ook de bepalingen van het Algemeen Reglement en het eigen arbeidsreglement behoren tot deze verplichtingen.

De regelgeving hieromtrent is verspreid terug te vinden in het Decreet rechtspositie personeelsleden, het Reaffectatiebesluit en het Besluit omtrent preventieve schorsing en tucht.

Voor toelichtingen bij de tuchtregeling kan je natuurlijk bij ons terecht. Aangezien de tuchtmaatregelen variëren van een eenvoudige blaam, schorsing, terbeschikkingsstelling, maar ook ontslag, is bijstand van een advocaat cruciaal.

Meer info : Voor de behandeling van beroepen tegen een ontslag om dringende redenen en tegen tuchtmaatregelen voorzien artikel 71 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs en artikel 69 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding in de oprichting van Kamers van Beroep voor respectievelijk het personeel van het gemeenschapsonderwijs, het personeel van het gesubsidieerd officieel en het personeel van het gesubsidieerd vrij onderwijs.

Bij een tekortkoming aan hun plichten kunnen vastbenoemde personeelsleden, personeelsleden die tijdelijk aangesteld zijn voor doorlopende duur en vastbenoemde personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking en die gereaffecteerd of wedertewerkgesteld zijn, een tuchtstraf oplopen. Tegen een opgelegde tuchtstraf kan een personeelslid bij de bevoegde Kamer van Beroep beroep instellen. De Kamer is bevoegd om daarover in laatste aanleg uitspraak te doen. Het beroep moet bij de Kamer ingesteld worden binnen een termijn van twintig kalenderdagen die ingaat de dag volgend op de schriftelijke mededeling van de sanctie door de inrichtende macht.

Het beroep moet, op straffe van niet-ontvankelijkheid, gemotiveerd zijn en moet de naam en het adres van de tuchtoverheid bevatten. Op hetzelfde ogenblik van het indienen van het beroepschrift, stuurt het personeelslid met een aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs een kopie van het beroepschrift naar zijn tuchtoverheid. Het beroep tegen een tuchtstraf schort de uitwerking van de tuchtstraf op tot de uitspraak van de Kamer van Beroep. De beslissing van de Kamer van Beroep wordt met redenen omkleed. De Kamer kan de tuchtstraf bevestigen, vernietigen of hervormen zonder evenwel de sanctie te verzwaren.

  • voor het gemeenschapsonderwijs: artikelen 60bis en 73 van het decreet en artikelen 33septies en 33decies, §1 van het besluit;
  • voor het gesubsidieerd onderwijs: artikelen 63bis en 72 van het decreet en artikelen 13 en 17 van het besluit.

Als je als student bij het uitreiken van de diploma’s niet geslaagd bent, hoef je niet te wanhopen. Wie niet akkoord gaat met zijn examenresultaten kan in eerste instantie bij de onderwijsinstelling zelf een intern beroep indienen. Belangrijk is wel dat deze eerste stap enorm bepalend is voor het verdere verloop van de procedure : je argumenten dienen allemaal onmiddellijk en correct geformuleerd te worden. Later kan je niets meer bijvoegen. Advies vragen bij het opstellen van het verzoekschrift is dus een must !

De procedure kent immers vele valkuilen, is niet steeds goed gekend en vaak ben je gewoon te laat.

Interne beroepsprocedure

Wanneer je van oordeel bent dat een ongunstige studievoortgangsbeslissing op een onterechte basis is genomen of er fouten zijn gebeurd, heb je eerst toegang tot een interne beroepsprocedure bij je onderwijsinstelling zelf. De na te leven vormvereisten zijn cruciaal en het respecteren van de onderwijs- en examenregeling (afgekort tot OER), is fundamenteel.

Belangrijk om te weten is dat je zéér snel dient te handelen. Wie niet akkoord gaat met een studievoortgangsbeslissing neemt best zo snel mogelijk en zelfs liefst op voorhand contact op met ons, want na de examenperiode en zeker na de proclamatie zijn de deadlines onverbiddelijk.

De onderwijsinstelling zelf dient in principe binnen een bepaalde termijn een beslissing te nemen of minstens binnen deze termijn de datum aangeven wanneer zij dit wel zullen doen. Vaak gebeurt dit niet en is de hogeschool of universiteit te laat. Als de onderwijsinstelling geen beslissing neemt, dien je binnen de juiste termijn je te richten tot de Raad : ook hier is dus degelijke begeleiding nodig : als je te lang wacht is de procedure definitief afgelopen.

Zonder geslaagd te zijn kan je dus alsnog proberen een diploma te behalen. De opbouw van het dossier is natuurlijk bijzondere belangrijk.

Bijstand van een advocaat is veelal onontbeerlijk.

Decreet van 19 maart 2004 betreffende de rechtspositieregeling van de student, de medezeggenschap in het hoger onderwijs, de integratie van bepaalde afdelingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de hogescholen en de begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen

Besluit van de Vlaamse Regering van 4 juni 2004 inzake sommige werkingsregelen betreffende de raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen bevoegd voor het hoger onderwijs

Beroep aantekenen bij de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen

Bij de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen (de Raad) kan je in 3 situaties een procedure opstarten:

  • Je bent ingeschreven aan een hogeschool of universiteit en je vindt dat je onterecht een ongunstige studievoortgangsbeslissing hebt gekregen. Je moet wel eerst intern beroep aantekenen bij de onderwijsinstelling zelf.
  • Je buitenlands diploma hoger onderwijs is niet gelijkwaardig verklaard met een Vlaams diploma hoger onderwijs en je bent het daar niet mee eens.
  • Je hebt leerkrediet verloren door een overmachtssituatie.

BEVOEGDHEDEN VAN DE RAAD

De Raad beslist over betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen. Dan gaat het over :

– een examenbeslissing;  elke beslissing die – al dan niet op basis van een deliberatie – een eindoordeel inhoudt over het voldoen voor een opleidingsonderdeel, diverse opleidingsonderdelen van een opleiding, of een gehele opleiding
– een examentuchtbeslissing; dit is een sanctie die werd opgelegd n.a.v. bepaalde examenfeiten
– het toekennen van een bewijs van bekwaamheid; dit is een attest dat aangeeft dat een student op basis van eerder verworven competenties of kwalificaties, bepaalde competenties verworven heeft
– het toekennen van een vrijstelling; dit is het opheffen van de verplichting om examen af te leggen over een bepaald opleidingsonderdeel (of een deel ervan)
– een beslissing waarbij het volgen van een schakel- en/of voorbereidingsprogramma wordt opgelegd (en waarbij de omvang van dit programma wordt vastgelegd)
– het opleggen van een maatregel van studievoortgangsbewaking
– de weigering van het opnemen van een bepaald opleidingsonderdeel in het diplomacontract waarvoor de student die een geïndividualiseerd traject volgt zich nog niet eerder heeft ingeschreven.
– beslissingen in verband met het leerkrediet die door de hogeschool, de universiteit of de stuurgroep Databank Hoger Onderwijs zijn genomen (zij het dat voorafgaandelijk een verzoek tot rechtzetting bij de instelling of de stuurgroep moet zijn ingediend voor materiële vergissingen of onjuistheden die aan de grondslag van de beslissing liggen)

HOE OORDEELT DE RAAD ?

De Raad zal de aangevochten beslissing toetsen aan : (i) de decretale en reglementaire bepalingen, (ii) het onderwijs- en examenreglement van de betrokken instelling, (iii) de algemene administratieve beginselen en beginselen van behoorlijk bestuur.

De Raad kan op twee manieren beslissen:

  • ofwel wijst de Raad het beroep gemotiveerd af
  • ofwel vernietigt de Raad gemotiveerd de onrechtmatig genomen studievoortgangsbeslissing

In het laatste geval is het belangrijk om te weten dat de Raad niet in de plaats van de instelling kan treden en dus zelf geen nieuwe voortgangsbeslissing kan nemen. Zij kan de instelling enkel verplichten in dat geval een nieuwe studievoortgangsbeslissing te nemen onder de door de Raad gestelde voorwaarden. Deze voorwaarden kunnen inhouden dat:

  • een nieuwe examen(tucht)beslissing afhankelijk wordt gemaakt van de organisatie van een nieuw examen
  • een nieuwe beslissing die een bewijs van bekwaamheid toekent afhankelijk wordt gemaakt van een nieuw bekwaamheidsonderzoek
  • bepaalde onregelmatige of onredelijke motieven bij de nieuwe beslissing niet meer mogen meespelen
  • bepaalde regelmatige en redelijke motieven bij de nieuwe beslissing moeten mee in overweging genomen worden

WIE KAN EEN BEROEP INDIENEN BIJ DE RAAD EN HOE GEBEURT DIT?

Iedere student van en universiteit of hoge school kan een beroep indienen bij de Raad indien hij/zij een studievoortgangsbeslissing wil aanvechten. Hetzelfde geldt voor personen die een bekwaamheidsonderzoek aanvragen bij een validerende instantie in de schoot van een associatie.

Het verzoekschrift moet op straffe van onontvankelijkheid ondertekend door de student of zijn raadsman aangetekend worden verstuurd naar de Raad, alsook naar het bestuur van de instelling.


HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De procedure verloopt voor het grootste deel elektronisch en doorloopt de volgende stappen:

– het verzoekschrift wordt ingeschreven in een register en een ontvangstbericht wordt verzonden naar de student of zijn advocaat
– de instelling maakt zijn volledige dossier over aan de Raad
– de Raad stelt een dossier samen en geeft partijen de mogelijkheid tot raadpleging ervan
– de Raad maakt aan de partijen een procedurekalender over met termijnen (van minstens 48 uur) waarbinnen zowel de instelling als de student (als repliek) hun argumenten schriftelijk aan de Raad kunnen overmaken, alsook met de vermelding van de dag en het uur waarop de zaak voor de Raad kan worden gepleit
– openbare zitting van de Raad waarop de zaak tegensprekelijk (dus in aanwezigheid van beide partijen) wordt gepleit
– de Raad neemt de zaak in beraad en neemt een beslissing die per e-mail en aangetekend naar de partijen wordt verstuurd.

De beslissingen van de Raad zijn vatbaar voor administratief cassatieberoep bij de Raad van State.

Onderzoekster Maaike Callens van de Universiteit Gent betwist bevindingen in die zin van de Nederlandse hoogleraar Anna Bosman van de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Bron: Meer dyslexie door slecht onderwijs? “Ik denk het niet!”

Onderzoekster Maaike Callens van de Universiteit Gent betwist de bevindingen van enkele Nederlandse collega’s in verband met dyslexie: er zouden meer gevallen worden vastgesteld dan vroeger en dat zou te wijten zijn aan het onderwijs. Volgens Callens, die heeft gedoctoreerd rond studenten met dyslexie in het hoger onderwijs, zijn er meer gevallen van dyslexie omdat de diagnose gewoon veel sneller wordt gesteld.

Volgens dyslexiehoogleraar Anna Bosman van de Radboud Universiteit in Nijmegen krijgen onnodig veel kinderen de diagnose dyslexie en dyscalculie. Volgens haar heeft het veel te maken met het onderwijs zelf. “We vergeten te checken of er wel goed onderwijs is gegeven”, zegt ze aan het Algemeen Dagblad. Uit haar studies blijkt dat met wetenschappelijk onderbouwde methodes kinderen wel nog met sprongen vooruitgaan. “Ik vraag me zelfs af of dyslexie wel bestaat”, zegt Bosman.

“Er bestaan inderdaad mensen die dyslexie zien als een gevolg van slecht onderwijs”, zegt Maaike Callens aan onze redactie. “Maar hoe rijm je dat met het feit dat dyslectische studenten met een perfect normaal IQ slagen in het hoger onderwijs?”

“Een van de criteria is net dat dyslexie pas kan worden vastgesteld in het onderwijs en na individuele begeleiding”, zegt Callens. Daarmee wordt volgens haar de stelling van haar Nederlandse collega’s ontkracht als zouden dyslectische kinderen kunnen worden geholpen door extra individuele begeleiding.

Niet méér dyslexie

“Ik denk overigens niet dat er vandaag meer kinderen met dyslexie zijn dan pakweg 30 jaar geleden”, zegt Callens nog. “Wel is het zo dat de diagnose sneller wordt gesteld en dat ouders sneller aan de alarmbel trekken door een betere begeleiding. Vroeger werd dyslexie minder snel gedetecteerd en werden dergelijke leerlingen beschouwd als minder intelligent en werden ze naar een andere richting gestuurd waar ze wel mee konden.”

“Wat niet betekent dat de diagnose altijd op een correcte manier gebeurt en het klopt dat je daardoor ook wel overdiagnose kan hebben.”

Op vijf jaar tijd werden er in het onderwijs 115 personeelsleden ontslagen of afgezet. Dat blijkt uit het antwoord van Onderwijsminister Hilde Crevits…

Bron: De voorbije vijf jaar 115 vastbenoemden ontslagen in het onderwijs

Middelbare scholieren zullen in de toekomst weer vaker te maken kunnen krijgen met een herexamen. Vandaag is het bijna uitsluitend mogelijk na ziekte, maar daar komt door de modernisering van het secundair onderwijs verandering in. Voortaan zullen scholen die leerlingen een tweede kans willen geven, bijvoorbeeld na een onverwacht slechte toets, niet meer op de vingers worden getikt door de onderwijsinspectie

Bron: Herexamens in middelbaar worden weer vaker mogelijk – HLN.be

Bron: Bezint eer ge (uw examen) betwist – De Standaard

 

RAAD VOOR BETWISTINGEN STUDIEVOORTGANG
Bezint eer ge (uw examen) betwist

12 APRIL 2016 OM 17:00 UUR | Stijn Cools

Een 5 op 20 voor dat verschrikkelijke examen Statistiek I? Laat de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen er een 10 van maken. Zo gonst het toch in aula’s en leslokalen. ‘Keer op keer moet ik het zeggen: de Raad geeft je geen nieuw punt’, aldus gespecialiseerd advocaat Christophe Vangeel.

Rolnummer 2014/532: de gelijkschakeling van een Palestijns bachelordiploma in de Architectuur met een gelijkwaardig Vlaams diploma. (Ongegrond) Rolnummer 2014/540: de weigering van inschrijving voor een master Psychologie wegens het herhaaldelijk niet slagen voor een bepaald vak. (Onontvankelijk) Rolnummer 2014/541: het opleggen van een voorbereidingsprogramma voor het volgen van een master Management. (Gegrond)
En ga zo maar door. De lijst van de behandelde zaken door de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen is lang. En wordt steeds langer, zo klaagt de Vlaamse ombudsman Bart Weekers vandaag aan in De Standaard. Maar wat is de kans van slagen voor deze malcontente studenten?

De eenvoudige zaken

Om daar een antwoord op te geven, maakt voorzitter Jim Deridder een onderscheid in de zaken die hij ziet passeren. De meerderheid van de zaken valt onder de leerkredietaanpassingen door overmacht. ‘Dat zijn studenten die door een geval van overmacht, zoals een overlijden in de familie of een ziekte, een examen niet kunnen afleggen, daardoor een stukje van hun leerkrediet verliezen en dat willen aanvechten.’
’Dit valt niet te vergelijken met echte betwistingen waar de universiteit of hogeschool tegenover de student staat. Dit zijn vrij eenvoudige zaken. De kans voor de student om gelijk te krijgen, bedraagt ergens rond de negentig procent, schat ik.’ Dat zegt Karen Weis (UCLL). Zij is coördinator van het Onderzoekscentrum Recht in Praktijk en heeft hier onderzoek naar gedaan.

De moeilijke zaken

Dan is er nog een tweede groep, zaken die variëren van weigeringen tot inschrijving na meerdere onvoldoendes voor een bepaald vak, stages die resulteren in een teleurstellende laag cijfer, gevallen van spieken tot diploma’s die maar niet gelijkgesteld worden. Hier ligt het slaagpercentage een heel stuk lager: nog geen een op de drie studenten krijgt gelijk.
‘Ik krijg meer en meer van deze dossiers op mijn bureau de afgelopen jaren’, zegt Christophe Vangeel. Hij afficheert zich als onderwijsadvocaat en behandelt regelmatig zaken voor de Raad. ‘Ik zie dat er veel beoordelingsmomenten zijn: papers, stages, jureringen. Daarvan stemt de uitkomst niet altijd overeen met het gevoel van de student. Bijvoorbeeld, iemand krijgt goede feedback op zijn of haar stage, maar dat resulteert in een laag cijfer van de docent. Dan is er iets aan de hand.’
Een ander groep die Vangeel meer en meer ziet langskomen, zijn de studenten die faciliteiten eisen. ‘Ik heb recent nog zo’n geval gehad. Een student had door zijn handicap serieuze concentratiestoornissen. Hij had dit vooraf gemeld, maar toch werd er geen rekening mee gehouden. Zijn examen liep faliekant af. Hij wil dat nu aanvechten.’

De maatschappelijke trend

Is er sprake van een juridisering van het onderwijs? Karen Weis (UCLL) ziet dat er meer en meer advocaten ingeschakeld worden. ‘Maar bij de cliënten die ik over de vloer krijg, heb ik niet het gevoel dat ze over één nacht ijs zijn gegaan. Er is een interne beroepsprocedure aan voorafgegaan en dat kost tijd en geld. Het zijn geen rijkeluiszoontjes die snel hun punten willen optrekken’, zegt Vangeel.
Wat hij nog wil benadrukken: de Raad kan je helemaal geen nieuwe punten geven. Van een 5 een 10 maken, vergeet het. ‘Als de Raad je eis gegrond vindt, moet de universiteit of hogeschool zich hier opnieuw over buigen. Maar dat kan evengoed resulteren in een betere motivering van je onvoldoende.’

De rechtenstudent

Uit het onderzoek van Weis blijkt nog dat studenten uit technologische richtingen en de architectuuropleidingen het minst richting Raad trekken, maar wel het vaakst gelijk krijgen. Ook de geneeskundestudenten scoren goed. De lerarenopleidingen, managementrichtingen en rechtenstudenten hebben het minste kans van slagen. ‘Door eerder doorlopen zaken hebben ze hun manier van motiveren al aangepast. Andere opleidingen kunnen hier wellicht nog iets van leren’, meldt Weis in haar onderzoek.
Vangeel geeft nog een advies mee. ‘Ook voor onderwijszaken gelden de rechtsregels. Is het goed gemotiveerd, is het redelijk, is het zorgvuldig? Enzovoort. Als er daar iets aan rammelt, ligt de kans op slagen meteen een stuk lager.’

Steeds meer ouders trekken naar een advocaat, uit onvrede met het B- of C-attest van hun zoon of dochter in het secundair onderwijs. Scholen zien het niet graag gebeuren en wapenen zich ertegen. De klassenraden die de attesten toekennen zorgen ervoor dat hun motiveringen nog uitgebreider en accurater zijn dan vroeger. En het zijn niet enkel scholieren die hun resultaten betwisten, zelfs ouders van een kleuter trokken onlangs naar een advocaat omdat hun kind niet over mocht naar het eerste leerjaar.

Bron: Ouders van kleuter vechten rapport aan | VTM NIEUWS

De Vlaamse regering heeft een akkoord bereikt over de hervorming van het secundair onderwijs. De studierichtingen in de tweede en derde graad worden beperkt en anders georganiseerd. De opdeling aso, bso, tso blijft behouden.

Bron: Akkoord onderwijshervorming: zo zal het secundair onderwijs eruitzien